Mild in mijn hoofd
Geplaatst | 18 oktober 2011 | 1 reactie
Leg je de lat te hoog als je van studenten verlangt dat ze fatsoenlijk spellen? Ik vind van niet. Maar de praktijk is gekleurd in grijze tinten. We mogen van eerstejaars hbo verwachten dat ze weten wanneer een voltooid deelwoord eindigt op een -d. ‘Vroeger leerden wij dat al op de lagere school.’ Het geheugen buigt de herinnering. Ja, dat leerden we daar inderdaad. Maar of we het ook allemaal beheersten, het dictee? Ik heb dat pas goed geleerd in de brugklas, van mijn grillige – maar meestal aardige – leraar Nederlands, dhr. Metsaars. Daar is de spelling er minutieus ingeramd.
Ik durf gerust te zeggen: dat gebeurt eigenlijk alleen nog in de hoogste regionen van het voortgezet onderwijs. Als het al gebeurt, ik kom daar niet meer zo vaak. Maar als ik zie waar eerstejaars hbo’ers vandaan komen – mbo, havo, soms vwo – en hoe ze scoren op correct schrijven… dat heeft me verrast. Het roept de vraag op: wat moet je hier dan mee, als je teksten leest, beoordeelt, becommentarieert? Ik lees teksten van uitstekende studenten. Ze willen iets leren en ze maken vorderingen. Ze passen de eenvoudige trucjes uitstekend toe: niet te lange zinnen, werk met een bouwschema, zo schrijf je een inleiding, zo sluit je een brief af. Maar ongeveer de helft schrijft desondanks matig tot slecht. Kromme zinnen. Halve zinnen. Rommelige alinea’s. Het allewoordenlosvanelkaarschrijfsyndroom.
Het ‘nu’ de schuld geven, omdat ‘vroeger’ alles anders was, dat zou flauw zijn. Ik ken genoeg mensen die ouder zijn dan ik en die ook eenvoudige schrijffouten maken. De helft ‘matig tot slecht’ noemen is misschien ook flauw: het is matig tot slecht naar mijn maatstaven. Voor mij was het echt even zoeken: welk niveau mogen we verlangen en hoe zwaar telt een spelfout? Gelukkig kijken mijn opleidingscollega’s hier hetzelfde tegenaan. Correct schrijven weegt zwaar. Punt. Net zo belangrijk als ‘je inleven in de doelgroep’, ‘zakelijk en bondig zijn’, ‘aantrekkelijk formuleren’.
Veel van deze jongens en meiden hebben zich niet gerealiseerd dat lezen en schrijven ongeveer 50% van hun dagelijkse werk wordt. Natuurlijk kunnen ze straks kiezen voor een baan waarin ze zoveel mogelijk schrijfwerk door anderen laten doen. Maar of dat gaat werken? Daarom is het goed dat we in het eerste jaar hbo doen wat we doen: de goeien eruit vissen en een basis meegeven, maar ook de minder getalenteerden teleurstellen. ‘Het zit er niet in.’
Ik gun het ze van harte, die studenten van me. (Behalve die drie die er met hun pet naar gooien natuurlijk, prima gasten m/v, maar zonde!) Morgen hebben ze tentamen. Succes allemaal. En daarna zal ik mild zijn in mijn hoofd, maar streng op papier.
Comments
1 reactie op “Mild in mijn hoofd”


7 november 2011 om 19:50
De mail met cijfers met onderaan de verwijzing naar deze blog maakt nieuwsgierig. Eerlijk is eerlijk… Het is een zeer leuke blog!
En ondanks dat ik het eens ben met bovenstaande tekst…
Ik ben blij met mijn 5.8 (die we natuurlijk wel gaan herkansen en hoger maken;-)
Tot morgen!