@basvanpul
Geplaatst | 23 september 2011 | 1 reactie
Dat viel reuze mee. Mijn twitternaam @basz74 is nu gewoon @basvanpul. Wist ik veel dat het zó eenvoudig was om dit te veranderen… en al mijn vrienden verhuizen mee.
What’s in a name. Het verhaal van de -z- voegt weinig toe (erfenisje van @jcmcontext, maar het is te saai en incrowd om dat verder uit de leggen), en die 74, daar ben ik steeds minder trots op. Ik bedoel: dat hoeft echt niet iedereen meer te weten! Welkom pre-midlife-crisis.
Kortom, het is vanaf nu gewoon twitteren geblazen met @basvanpul. Mocht je @basz74 nog ergens tegenkomen, of mocht er een verwijzing naar mijn twitteraccount niet goed werken, laat het me even weten:
“d @basvanpul, zeg jongen, waar is @basz74 gebleven? Op deze site: http://goo.gl/12345 kom ik bij je oude profiel uit. Massol.”
Zoiets.
Dank!
Maarten en Myrabelle
Geplaatst | 9 september 2011 | 1 reactie
Ooit ontlokte ik aan Maarten van Roozendaal de archaïsche woorden: ‘Sta ik op internet joh?’ Mijn knikkende knieën waren net tot rust aan het komen. Ik stelde hem de eerste of tweede vraag van een verder weinig zeggend interview voor een Utrechts studentenblad. We schrijven 1998 of daaromtrent.
Ik frommelde wat kopietjes uit mijn tas en liet het zien. ‘Verrek.’
Anderhalf uur daarvoor was ik gearriveerd op Amsterdam Centraal. Het was nog ongeveer 20 seconden lopen naar restaurant 1e Klas op perron 1. Maar ik zou eens te laat zijn, een trein missen, of twee. Dat mocht in geen geval gebeuren. Niet bij Maarten van Roozendaal.
Maarten had net een Zilveren Harp gewonnen. Dat was totaal aan mij voorbij gegaan. Ik was een fan, geen journalist. Ik kende alle liedjes uit mijn hoofd. Maarten was God en ik mocht aanschuiven aan de goddelijke dis, voor een gesprek van een half uur.
Daar was hij. Een hand. Een glimlach. ‘Keurig op tijd,’ waren zijn eerste woorden. Vreemde woorden vond ik het, natuurlijk was ik keurig op tijd. Blijkbaar was hij anders gewend. Ik voelde mijn keel opdrogen, nu kwam het erop aan. Ik moest vragen gaan stellen.
Maarten bood eigenhandig de oplossing voor beide problemen – de droge keel en het feit dat ik voorlopig geen vraag uit mijn strot zou kunnen krijgen van de zenuwen.
‘Ik ga eerst maar eens een wijntje bestellen, het lijkt wel alsof er iemand constant met een hamer op mijn slapen staat te bonken. Wil jij ook wijn? Doen we een karafje.’
Ik knikte. Mooi. Dorst zouden we niet hebben. Wie had dat gedacht, ik ging om vier uur ‘s middags in Amsterdam wijn zuipen met Maarten van Roozendaal.
‘Was het gezellig gisteren?’
‘Jahaa, dat kun je wel zeggen ja.’
Probleem twee: wat moest ik vragen? Helemaal niks. Maarten ging praten en hield niet meer op.
Al snel had hij door dat hier sprake was van een fan, en niet van een plichtmatige journalist van dagblad De Gelderlander. Na karaf één volgde de tweede. Het uur werd anderhalf uur. Waar al die nummers over gingen. De band met zijn vader – maar daar moest ik maar niet te veel over schrijven. Nee natuurlijk niet, wat interesseerde mij dat interview verder. Hier zat ik met Maarten.
Ik had de cd van mijn bandje ook meegenomen. Ik liet hem zien en hij knikt goedkeurend bij het lezen van de teksten. ‘Namen in een lied, dat doet het altijd goed. Ik ga luisteren! Maar verwacht geen reactie, want daar ben ik niet zo goed in.’
Toen moest hij gaan. En hij ging. Dolblij stapte ik in de trein terug naar Utrecht.
Het studentenblad bleek achteraf gezien mijn excuus om Maarten van Roozendaal te interviewen. Twee nummers erna had ik het alweer gezien. Te vroeg gepiekt zeker. En hoe.
Zometeen zie ik hem weer, in De Duif in Amsterdam. Succes Maarten.
PS, dit is getikt in café Myrabelle. Daar gaat hij vast zijn afzakker nemen met Paul.
Op tijd zen met de NS
Geplaatst | 2 augustus 2011 | 1 reactie
De trein rijdt met 14 minuten vertraging. Fail fail fail, zie ik verwende tweeps links en rechts op hun schermpjes tikken. Sneu.
Dit wordt een saaie blog over een alledaags onderwerp. Het moet maar eens gezegd: ik hou van de NS.
De laatste maanden heb ik vier of vijf dagen per week met de trein gereisd. Naar Zwolle, Leiden, Den Helder soms. Ik denk dat ik welgeteld tien keer vertraging had. Tien keer fail, hoor ik ongeduldige iPadders tegen elkaar schreeuwen. Dat schreeuwen ze overigens vooral als hun gratis WiFi in de trein een beetje hapert. Ook heel sneu, wees blij dat het er is.
Meestal was de vertraging hooguit tien minuten. Tien minuten extra zorgeloos naar weilanden staren of je GTD-lijstje afwerken. Ik doe het ervoor. Op dit moment is de vertraging 14 minuten – en de machinist rijdt lekker door, dus waarschijnlijk lopen we wat tijd in.
Eén keer was ik pas om half negen thuis en duurde de reis anderhalf uur langer dan voorzien. De radeloosheid van de conductrice die iedere vijf minuten een bericht door de speaker piepte maakte veel goed. Ze wilde ook naar huis, je hoorde het in haar stem. Rotterdam was nog ver. Aan het eind van de rit nam ze uitgebreid afscheid van ons: ‘Ik heb het gevoel dat we elkaar toch een beetje beter hebben leren kennen. U rijdt nu naar Utrecht, ik naar Schiphol, maar ik wilde u toch nog even bedanken voor uw geduld en medeleven.’ In stilte wenste ik haar alle geluk van de wereld.
‘Dames en heren, over enkele ogenblikken dan toch station Amersfoort.’ Achter de speakers woedt een felle strijd tussen machinist, conducteur en treindienstregeling. Er schijnen treinen later te vertrekken omdat machinisten het soms niet eens zijn met op het laatste moment aangepaste dienstroosters. Laat iedereen maar lekker verrekken, ik ga niet. Ik geef toe: ook dat is een beetje sneu. Maar hoe vaak komt dát nu voor, afgezet tegen het aantal treinen dat dagelijks rijdt?
Autorijden: ook prima. Muziek hard, ongeremd telefoneren en bullen uit je neus vissen. Maar bloggen in de auto is toch verrekte lastig. Ja, dat heb ik geprobeerd. Twitteren lukt, maar veel meer moet je niet proberen achter het stuur.
‘Een bietje op tijd zen,’ zeggen ze in Brabant. Ik heb jaren gedacht dat het te maken had met op tijd komen. Omdat iedere Brabander die ik ken minstens een kwartier later verscheen dan ongeveer afgesproken, begreep ik die zin nooit zo goed.
Nu snap ik het. Ze hadden het over de NS. Vertrekspoor gewijzigd? Drie keer zuchten, tas aan de schouder, je verwonderen over al die chagrijnige gezichten om je heen en weg is de ergernis. Die treinen rijden! Dan maar een paar minuten later, dan maar een paar minuten later beginnen aan de dag.
Ik heb gezegd. Zometeen rol ik Zwolle binnen. Twaalf minuten vertraging, bravo.
Misdadig theater
Geplaatst | 7 juli 2011 | Reacties uitgeschakeld
De voorstelling was prachtig, maar ik zat toch een beetje onrustig. En wel hierom:
Dat zijn de regels. Noem het dan ook zo!
Geplaatst | 27 juni 2011 | Reacties uitgeschakeld
Samen met een paar andere redacteuren werk ik aan een project. In een projectruimte. Op de flipover bij binnenkomst staat een imposant lijstje met gedragingen waar we ons allemaal aan dienen te houden. Ik zag de lijst pas de derde keer dat ik de ruimte in liep en stelde mezelf meteen vragen over het nut ervan. Nu ja, ik stelde eigenlijk maar één vraag: heeft dit nut?
Het lijstje ziet er ongeveer als volgt uit:
- op tijd
- elkaar aanspreken op zaken
- open en direct
- etc
Voorwaar, een krachtig rijtje! Het effect werd al enigszins ondermijnd door een paar toevoegingen, waaronder:
- Jacqueline haar pilletje geven.
Sowieso was deze lijst vanaf het begin al niet echt serieus te nemen. Wat stond er namelijk met grote letters boven?
GROUND RULES
Tja, ground rules. Alsof regels belangrijker worden als je ze in het Engels presenteert. En alsof regels belangrijker worden als het niet zomaar regels zijn, maar grondregels. Iets een grondregel noemen wekt de indruk dat er nog veel meer regels zijn – is niet zo – waar je ook rekening mee moet houden; een onuitputtelijke lijst waarvan we dan nu maar even de belangrijkste op een rijtje hebben gezet. Ground rules.
Dat is meteen een mooi excuus om zelf nog wat aanvullende regels te verzinnen die in de praktijk beter werken. Gewoon je uren maken en daarbij je eigen tijd indelen bijvoorbeeld. Zelf weten wanneer je even een blogje tussendoor typt bijvoorbeeld, zodat je daarna weer met frisse moed verder kunt met je projectwerk.
Ground rules. De grond heeft het voor het zeggen.
Zucht.
The Great Gonzo Connection
Geplaatst | 24 juni 2011 | Reacties uitgeschakeld
Kun jij je die jongen nog herinneren op dat feest van Nederlands, een lange jongen, rood haar?’
‘Mmm…’ Ik kijk bedenkelijk. Natuurlijk kan ik me die jongen nog herinneren. Niet die jongen, maar wel wat hij deed.
‘Heb je dat echt niet gezien? Daar heb ik aan het eind van de avond nog een hele tijd mee staan zoenen.’
‘O ja die. Ja, nu weet ik het weer. Oooja. Daar konden we niet echt omheen kijken, zegmaar.’
Haar ogen stralen. We zitten tegenover elkaar. We zijn weer uit eten bij de Italiaan en dat betekent standaard een gedetailleerd verhaal over haar nieuwe Grote Liefde. Ik hoor het geamuseerd en jaloers aan.
‘Marco heet-ie. Nou die speelt dus onwijs goed gitaar en hij schrijft ook hele mooie liedjes. Hij zocht nog iemand die trompet speelde. Jullie moeten een keer afspreken! En jij schrijft zelf toch ook liedjes?’
‘Ja, ik heb wel eens wat geschreven ja. Dat lijkt me best leuk. Geef maar een keer zijn telefoonnummer.’
‘Hij zit geloof ik ook nog in een bandje. Leuk! Dan gaan jullie misschien een keer samen spelen. Hij is echt leuk! Hij studeert dus ook Nederlands en hij heeft wel iets weg van… ‘ (de rest van het verhaal zal ik jullie en Marco besparen).
Een week of wat later bel ik aan bij een studentenhuis in de Anemoonstraat in Utrecht. Ik wurm mezelf de trap op en word begroet door een fijne geur van sigaretten en bier, in een kamer van drie bij vier (ik voel een songtekst opkomen…). Daar schud ik de hand van Marco, die inderdaad iets wegheeft van… enfin, kijk nog maar eens goed. Vriend Remco is er ook; dat is voor mij een verrassing en het voelt even als twee tegen één.
We laten wat horen van elkaars werk. Dat past. Het is vanzelfsprekend dat we de volgende week weer afspreken. Wij weten dan nog niet dat we The Great Gonzo’s zijn, maar we zijn het. Enkele (één?) repetitie(s) later namen we al wat op.
Tussen Marco en deze Grote Liefde heeft het geen stand gehouden. Hij schreef er een lied over, dat ik jarenlang vol overgave heb staan zingen. Pas vorige maand kwam ik erachter dat zijn lied ging over die ene vrouw, van dat feest bij Nederlands. Die mij ook daarna maar bleef vertellen, bij heerlijk goedkope Italiaanse pizza’s, over haar zoveelste nieuwe Grote Liefde. En díe leuke jongen. En díe scharrel. Tot het genoeg was; het was niet meer amusant en té jaloersmakend. Gelukkig was toen snel duidelijk wie, van al die liefdes, het beste bij haar paste.
En dat lied? We zingen het nog. Het staat op onze verzamel-cd. Kom het maar beluisteren op 26 juni!
(deze blog verscheen eerder op http://greatgonzos.wordpress.com)

Vegevakiër
Geplaatst | 1 juni 2011 | 3 reacties
Ik ben benieuwd of het zoden aan de dijk zet om mij vanaf nu flexitariër te noemen. Het steekt me. Ik eet veel minder vlees dan een paar jaar geleden en bijna altijd biologisch. Dan ben ik het dus, volgens de definitie.
Maar ik wíl geen flexitariër heten. Wie verzint zo’n term? Je zou spontaan in je Hummer stappen, hem pal voor de Aldi parkeren en alle ingevroren kiloknallers in je kar laden. Hup, weer een halfjaar vlees binnen.
Het idee van de flexitariër spreekt mij aan. Logisch, want ik ben het. Het idee is dit: niet zoals Marianne Thieme, Martin Bosma of enkele van mijn goede vrienden op een streng vegetarisch dieet, maar gewoon minder dierlijk eten. En vlees van de bio-slager.
Maar ja. Voor je het weet roept iemand je na: flexitariër! Wat ben je dan? Een Ariër, maar niet de hele dag? Van tien tot drie? De helft van de week?
Ik zou kunnen denken: relax. Soms bedenkt een copy-licht iets nieuws. Een mooi (of lelijk) nieuw woord, dat zich niet hoeft te houden aan de wetten van de taalpurist. Wat kun je daar nou tegen hebben?
Er moeten betere alternatieven zijn. Dat vindt deze taalpurist. Het woord flexitariër mist namelijk iedere associatie met groente (vege-/vega-/herbi-), vlees (carni-) of duurzaamheid.
Wat overblijft van het woord ‘vegetariër’ heeft niets te maken met ‘minder vlees eten’. En dáár staat dan ‘flexi-’ voor. Het slaat gewoon nergens op.
Vijf minuten zoeken en brainstormen:
Vagetariër, las ik net. Leuk.
Carniminderaar. Mwah.
Carnivoorbijter. Tja.
Vegevakiër. Waarom niet.
Vijf minuten langer en je hebt nog zo’n rijtje. Een uurtje doorgaan en je hebt het perfecte woord. Een woord dat ik wél wil zijn.
Maar helaas. We weten wat het geworden is. Ik vermoed: flink campagne voeren – merknaam laden heet dat – en over een jaartje noemt iedereen me flexitariër. Dan wordt het tijd om naar Argentinië te emigreren. De hele dag gegrilde koeien eten. Gepoft aardappeltje erbij, voor de vorm. Ik kan niet wachten.
Er is geen straat
Geplaatst | 17 mei 2011 | 4 reacties
‘Er is geen straat die wij niet kunnen leggen.’ Iedereen begrijpt wat de stratenmaker bedoelt. Toch is er iets vreemds aan deze zin. Hij is wervend bedoeld, maar het loopt niet helemaal lekker. Twee ontkennende woorden in één regel, dat is vragen om problemen. Of toch op zijn minst om een opgeheven wenkbrauw. De straat is er niet en wij kunnen hem ook niet leggen. Wat een depressieve stratenmaker moet dat zijn.
Zijn er alternatieven?
‘Wij leggen elke straat.’ Nee, dat klopt niet, want er zijn heel veel straten die wij niet hebben gelegd. Dat zou wat zijn. Goed voor de omzet, dat wel.
‘Wij leggen elke gewenste straat.’ Ja, dat bedoelen we! Maar wat is dat, een gewenste straat? Afgekeurd.
‘Bedenk de straat, wij leggen hem.’ Kijk, dat we daar niet eerder op waren gekomen! De straat ís er nog niet, hij moet nog worden bedacht. En dan kunnen wíj hem leggen. Maar de zin loopt nog steeds van geen kanten.
‘Wij gaan geen straat uit de weg.’ Geestig. Geen hond die begrijpt wat je hiermee wil zeggen, dat is jammer.
‘U vraagt, wij leggen.’ Bingo. Morgen een nieuw doek bestellen (en hopen dat niemand het opvat als reclame voor een Haags bordeel).
Briljant affiche
Geplaatst | 10 mei 2011 | Reacties uitgeschakeld
Ik ken Jochen Otten niet, maar dit affiche van zijn nieuwe voorstelling – gespot op een Utrechts toilet – is briljant. Mooi concept, mooie vorm.
Een heel speciaal woord
Geplaatst | 4 mei 2011 | 3 reacties
Er kwam een woord voorbij op de radio. Het viel me op. Het ging rondzingen in mijn hoofd en ik dacht er steeds meer over na. Wat een vreemd woord eigenlijk. Het woord vangt je aandacht, maar het zegt helemaal niets.
Dit was de zin: ‘De aanslag werd voorkomen door optreden van een speciale anti-terreureenheid.’
Het woord speciale, dat bleef plakken.
Laat het eens weg: de zin ‘De aanslag werd voorkomen door optreden van een anti-terreureenheid’ betekent precies hetzelfde. Niks speciaals aan. Het is een anti-terreureenheid, dat is op zichzelf al speciaal genoeg. Je kunt mij niet wijsmaken dat er ook niet-speciale anti-terreureenheden zijn, je bent een anti-terreureenheid of je bent het niet.
Waarom staat er dan toch ‘speciale’? Ik durf zelfs te beweren dat er wereldwijd al zoveel anti-terreureenheden zijn, daar is weinig speciaals meer aan. Misschien dat het er daarom nog een keer extra bij moet worden gezet. Want zo’n eenheid, wanneer speelt die nou werkelijk iets klaar? Best speciaal, eigenlijk.
Er is nog een mogelijke reden waarom hier ‘speciale’ staat. Zoals die dingen gaan: de redacteur kreeg een bericht binnen over een op het nippertje voorkomen aanslag. Die was voorkomen door het optreden van een Special Forces Ops Interruption And Execution Anti-Terror Unit, of iets van die strekking. Uuuuuhm, wat maken we daarvan? Hij verzon een list: ‘speciale’.
Wat een heerlijk woord eigenlijk. Als je het leest, voel je dat er iets bijzonders staat te gebeuren. Speciaal voor dit artikel ging ik maar eens op Google-pad.
Ik klopte aan bij onze taalgoeroe Paulien Cornelisse, die een topprestatie leverde met het boekje Taal is zeg maar echt mijn ding. Op de website van Uitgeverij Contact wordt het boekje aangeprezen.
Het werkt hè? De zin ‘Zie ook de plee-editie’, dat bekt een stuk minder. Nee, dan de speciale plee-editie! Je wordt nieuwsgierig, waarom is die dan zo speciaal? Hoe ziet die eruit? Is hij nog te koop? Dit speciale woord verenigt twee eigenschappen in zich: het is ongevaarlijk en zet tegelijkertijd alle lichten op groen om de rest van de zin met speciale aandacht te lezen.
‘Nieuw‘ en ‘extra‘, dat zijn ook van die woorden. Doen het altijd goed. ‘Zie ook de nieuwe plee-editie’, of ‘Zie ook de extra plee-editie’. Dat had prima gekund.
‘Verrassend‘ en ‘revolutionair‘, die kunnen ook. Dat laatste woord is eerder voorbestemd om te figureren in auto- en cosmetica-reclames, immers, ‘Zie ook de revolutionaire plee-editie’, dat is minder toepasselijk. Het zou wel humor zijn.
Terug naar speciale. Wat te denken van alle speciale maatregelen die er zijn. Hieronder vind je een bloemlezing. En, wat gebeurt er als je het speciale ervan af haalt? Dan blijft er niet zo veel meer van over.
De meeste speciale maatregelen hebben trouwens te maken met veiligheid en criminaliteit, zo heb ik ontdekt. We zijn een niet zo speciaal bang landje geworden, maar dat is een ander verhaal.
Wat een speciale maatregelen zijn dit, voor de 65-plusser! Gewoon wat korter werken, minder vermoeiend werk doen en een lekkere stoel zodat je minder last hebt van je rug.
Jaja, in de categorie ‘wat zijn we veilig bezig’. De gemeente Leiden gebruikt niet zomaar een noodverordening, maar heel speciale. Die we nog nooit ergens anders tegen zijn gekomen, ik vermoed dat de gemeentelijke veiligheidsambtenaar dagen heeft zitten zwoegen op de tekst.
Een beetje rustig aan doen, vroeger beginnen, veel water drinken, niet zo snel schelden tegen je collega’s. Heel speciaal toch, op het moment dat de temperatuur een paar graden hoger is dan normaal?
Enfin, als je erop gaat letten: speciale bereidingswijzes (van borrelnootjes, serieus, ik kwam ze tegen), speciale aanbiedingen (dat zijn gewoon aanbiedingen), speciale behandelingen (pas op voor discriminatie) ….
Ik ben benieuwd naar andere, mooie vondsten. Je kunt ze achterlaten bij de reacties op dit artikel.
« go back — keep looking »







